Arequipa en Cusco
Aangekomen in Arequipa nemen we onze intrek in Arequipay Backpackers hostel; een luxe villa in een wooncomplex aan de rand van de stad en onze uitvalsbasis voor de komende 2 weken. Bij aankomst slaan we weer het nodige eten in, dit keer voor een trekking in canyon de colca, de op 1 na diepste kloof ter wereld. De volgende dag vertrekken we met de bus naar Cabanaconde (stadje op 3800m vanwaar je de kloof in kan), een 7 uur durende rit door een al indrukwekkend landschap. 'S Avonds mogen we onze tent opzetten in de tuin van een hostel en mogen zelfs binnen in de bar ons gasbrandertje gebruiken om te koken.
Er zijn verschillende routes te bewandelen in de kloof. Wij kiezen ervoor om de minder bewandelde route richting Llahuar te nemen. Om 7 uur ‘s ochtends hebben we alles ingepakt en zijn klaar om te lopen. 5,5 uur lopen (vooral afdalen) en tal van mooie uitzichten later komen we aan in Llahuar. Dit plaatsje ligt in de kloof aan de rivier en bestaat eigenlijk maar uit twee families (5 huisjes), allebei met een hostel. Als de tent weer staat genieten we van het ijskoude water in de rivier (goed voor biertjes koud te krijgen) en de warme hot springs die bij het hostel horen. Als het donker wordt en er honderden sterren aan de hemel staan terwijl de buitentemperatuur snel daalt, is zo'n hot spring met een inmiddels koud biertje wel optimaal genieten.
We trekken 's ochtends nog maar een keer de zwemkleren aan om in het warme water te ontbijten, waarna het toch echt tijd is om door te gaan. We starten met een aardige klim en na nog wat meer klimmen en dalen en twee dorpjes verder komen we rond half 4 in Oase aan. Om 8 uur duiken we al de tent in en we vragen of we wakker gemaakt kunnen worden rond 2 uur in de ochtend, voor de steile klim (1100 meter) terug naar Cabanaconde. Blijkbaar hebben ze hun hond de opdracht gegeven om ons wakker te maken, want stipt om 2 uur begint ie 5 minuten lang te blaffen (we zien verder niemand). Een uur later zetten we met allebei een amateuristisch zaklampje in de hand de lange weg omhoog in. Al na een uurtje begeeft 1 van de zaklampen het , degene die je electrisch moet opladen en theoretisch 6 branduren heeft en in praktijk blijkbaar maar de helft. De sterren geven niet genoeg licht om zonder te lopen en met z'n tweeen 1 zaklamp is niet ideaal. We worden dan ook ingehaald door een oude man en vrouw met wat ezels, erg goed voor de moraal. Rond half 6 is het licht genoeg om zonder lamp te lopen en te zien hoe hoog je zit. Uiteindelijk komen we rond 6.15 vermoeid maar voldaan boven. Het enige wat we dan nog niet van de regio gezien hebben is ‘Cruz del Condor', een uitzichtpunt langs de weg waar tussen 8 en 9 's ochtends condors te zien zijn. We hebben om 7.45 een bus naar Arequipa en hebben eigenlijk niet zo veel zin om uit te stappen op deze plaats, omdat je dan een uurtje of 2 op de volgende bus moet wachten. Het verbaasd ons dan ook dat de bus stopt bij het uitzichtpunt (en we 15 minuten later moeten rennen omdat ie weer wegrijdt) zodat we hier 2 condors en 200 toeristen kunnen spotten. Een stukje verder vliegen er echter 5 vlakbij de weg en ook hier stopt onze chauffeur weer, (waarschijnlijk voor ons want verder zitten er alleen een paar peruanen in de bus) om deze vogels te bewonderen. We zijn hem erg dankbaar.
Terug in Arequipa bezoeken we het kloostercomplex Santa Catalina wat midden in de stad staat maar een dorpje op zich is. Geheel afgesloten van de stad door hoge muren (200 bij 100 meter) woonden hier vroeger nonnen die geen stap buiten deze muren zetten en ook geen bezoek mochten ontvangen (er werd gecommuniceerd door een houten raam in een van de muren). Na deze culturele uitspatting voelen we ons als astronauten nadat we ons verkleed hebben voor een uurtje raften op de rio chili. Chili betekent in de lokale taal (Quechua) koud en vandaar ook de wetsuit, regenpak, waterschoenen en een zwemvest en helm voor de veiligheid. Niet geheel onterecht want Flip kiepert er bij een van de stroomversnellingen uit, om na een paar keer kopje onder weer opgevist te worden. Verder gebruiken we het weekend om ons voor te bereiden op de trip naar Cotahuasi, waar de diepste kloof van de wereld ligt.
Cotahuasi ligt op zo'n 370km van Arequipa, zo'n 10 uur rijden door een prachtige omgeving. Helaas gaan er alleen bussen om half 5 in de middag dus zie je hier helemaal niets van. We komen dan ook op de gemakkelijke tijd aan van 3 uur in de ochtend. Gelukkig is het een week lang feest in Cotahuasi en staan er ongeveer 300 man te dansen in de stierenvechtarena. Wij nemen op de tribune plaats en nemen een vroeg ontbijt. We besluiten niet mee te dansen (iedereen is enorm dronken) en zoeken een plekje om te slapen. Een kleine zoektocht verder blijkt dat alle 8 de hotels vol zitten, maar voor een bescheiden bedrag mogen we er bij 1 ons tentje opzetten in het restaurantje. Dit blijkt nog een lastige opgave aangezien we tot de ontdekking komen dat de elastieken van onze tentstokken gescheurd zijn. Eerst vermoeden we sabbotage maar we houden het er toch maar op dat het zand van Huacachina in de stokken is gaan zitten en dit na wat wrijving het resultaat is. Na 3 uur slaap pakken we de spullen weer in en vertrekken we richting Quechualla, 38km verder en het diepste punt van de kloof. Er gaat 1 busje per dag naar een punt 20km verderop (daar stopt de weg) en deze hebben we gemist. We lopen flink door en het landschap is erg woestijnachtig en droog. Na 4 km lopen krijgen we een lift wat ons weer 7km lopen scheelt. Nog 7km verder lopen komen we bij Sipia, een waterval die de rivier in 2 etappes 150 meter lager brengt. Hier loopt de kloof echt loodrecht naar beneden. We vervolgen onze weg door droog en dor landschap, niet zo fijn als je watervoorraad op is. Na een kilometertje of 5 staat er een huisje aan de weg waar ze drinken hebben. We kopen een fles Inka Kola en krijgen er chicha (rijstdrankje) en wat appels bij. Vol goede moed lopen we door en komen uiteindelijk op het punt waar de weg stopt. Na eerst verkeerd te zijn gelopen, dalen we af in een kloof om vervolgens een half uurtje te klimmen tot een dorpje Velinga. Het dorpje bestaat uit zo'n 50 huisjes van rotsstenen gemaakt. Het dorp lijkt verlaten en alle huisjes zitten op slot. Gelukkig treffen we op het dorpsplein 2 dronken bewoners aan. Nagenoeg iedereen van het dorp blijkt naar Cotahuasi te zijn voor het feest. Op de vraag of we ons tentje ergens kunnen neerzetten en of er ergens water te krijgen is, krijgen we als antwoord een roestige beker met wijn voorgeschoteld. Na een gezellige borrel zetten we onze tent ergens op een binnenplaatsje op (vermoedelijk van een schooltje of iets). Gelukkig is er nog 1 persoon in het dorp waarvan we een biertje en een fles fris kunnen kopen. Water drinken we maar uit de rivier. De volgende dag staan we zonder wekker om 4 uur op (jaja het went) en lopen we met opgeladen zaklampjes verder de kloof in. De reden van dit vroege vertrek is omdat om 9 uur de enige bus vertrekt op het eindpunt van de weg, terug naar Cotahuasi (waar we toch wel willen zijn met het feest). Uiteindelijk halen we Quechalla niet maar zijn we toch een aardig stuk in de kloof geweest. In de bus ontmoeten we Marcio en Diego. Marcio is al 17 jaar gids in dit gebied en staat nogal raar te kijken als we zeggen dat we zonder gids zijn. Diego komt uit Lima en is 2 maanden lang zijn land aan het verkennen. Terug in Cotahuasi bekijken we 's middags het paardenracen en stierenvechten samen met Marcio en Diego. De arena zit met zo'n 3000 man geheel vol en gelukkig blijven de stieren ongedeerd. Van wat er later die avond verder gebeurd kunnen we ons niet alles meer herinneren maar er ging heel veel wijn (wat geserveerd wordt in waterflesjes van 625ml en wat meer op port lijkt) en bier doorheen. Twee oude dorpsmannen beweren dat Peru in (jawel) 1970 tijdens het WK voetbal een 3-0 achterstand tegen Nederland heeft omgebogen in een 4-3 overwinning (via google komen we te weten dat het 3-2 tegen Bulgarije was), een andere beweert Nederland goed te kennen omdat hij een jaar in Aruba heeft gewerkt (hoewel hij ook regelmatig Houston als stad noemt) en een ander vraagt Ine ten dans. Uiteindelijk dalen we af in de ring zelf om met hele families in een kring rond bierflesjes te dansen. Een topavond! De volgende dag bezoeken we nog het dorpje Alca, maar zijn we vooral geinteresseerd in de geneeskracht (hoofdpijn!) van de thermal baden van Luicho. De nachtbus terug naar Arequipa is een hel; enorm krappe bus en gangpad vol met mensen die geen plaats meer hadden.
Het weekend terug in onze vertrouwde villa gebruiken we om te bbq-en in de tuin en een drankje in de stad te doen met Diego en Marcio. Zondagavond is de nachtbus naar Cusco.
Cusco ligt op 3500 meter hoogte en heeft in de zon een lekker klimaatje maar als de avond valt is het behoorlijk koud. Het stadje zelf is mooi om doorheen te lopen met smalle straatjes en eetcafeetjes met heerlijke menu's. Maar een bezoek aan Cusco staat vooral in het teken van Machu Picchu. We besluiten het deze keer fysiek op de makkelijke manier te doen, dus geen trail. Doorgaans wordt de site bereikt via een trail of met de trein vanuit Ollantaytambo. De prijs van de trein schrikt ons nogal af (300 soles, 75 euro voor retourtje) en we besluiten de site op een andere manier te bereiken. Een stukje uit het centrum van Cusco vertrekt 's ochtends om 8 uur een minibusje naar Quillabamba en voor 30 soles gaan we mee. Na een mooie route van 4 uur door de bergen stappen we uit in Santa Maria, waar we met nog wat backpackers in een ander busje gepropt worden om in 2,5 uur (15 soles) op een smal weggetje langs diepe afgronden naar een treinstation gebracht worden. Dit station ligt tussen de bergen en deed vroeger dienst als aanvoerroute naar de dichtbij gelegen dam (voor de opwekking van energie). Vanuit hier kan je Wayna Picchu al zien, de berg achter Machu Picchu. Nu is het nog iets meer dan 2 uurtjes lopen langs het spoor voordat je in Agua Calientes bent, het startpunt voor Machu Picchu. Het dorp is een enorme tourist trap vol eettentjes (pizzarias) die je binnen willen lokken met zogenaamd gratis bier en ‘special price, only for you' teksten.
Machu Picchu zelf is natuurlijk het mooiste als er nog niemand op de site is. Hiervoor moet je er vroeg bij zijn en de eerste bus (23 soles) van half 6 hebben, wat betekent om 4 uur in een rij te gaan staan en om 6 uur bij de ingang bent. Als alternatief kan je omhoog lopen, waar je on geveer 1,5 uur over doet. Om half 5 zetten wij dus koers richting de site. De brug is nog dicht en getuige de ongeveer 150 wachtende blijken we niet de enige met dit idee te zijn. Uiteindelijk gaat de deur open en de vele zaklampjes bewegen zich langszaam omhoog. Om 5 voor 6 zijn we uiteindelijk binnen op de site. Het is een heldere ochtend en we kunnen mooie foto's nemen. Na 3 uur rondgelopen te hebben en genoten te hebben van de prachtige uitzichten komen er steeds meer groepen met vlaggetjes aan en gaan we terug naar Agua Calientes. Met zo'n populaire archologische site verwacht je veel en wat ons betreft zijn we zeker niet teleurgesteld. Terug in het dorp duiken we weer eens wat thermale baden in. De volgende dag keren we op dezelfde manier terug als we gegaan zijn, alleen nu eerst met een auto en daarna met een bus tot aan Ollantaytambo. Dit dorpje heeft ook een archologische site en wordt beschreven als met ‘nothing has changed here in 700 years'. Wij kunnen ons niet voorstellen dat er toen al elke 15 seconde een toerbusjes je passeert door de smalle straatjes. Maar waarschijnlijk bedoelen ze dat er nog steeds redelijk wat huisjes staan waarvan een gedeelte uit de Incatijd stamt. En inderdaad, als je buiten de hoofdstraat loopt komt het zeker over als een authentiek met straatjes van een meter breed (geen auto's), hoge muren en een steil tegen de berg gebouwd Inca complex.
Terug in Cusco ontmoeten we Martijn en Marijn (neef van Ine en zijn vriendin) en wisselen we reisverhalen uit onder het genot van wat drankjes. Een erg gezellige avond! Als Flip de volgende ochtend wakker wordt rond 7.15 en naar de bar loopt voor een fles water tegen de nadorst blijken Ajax en Twente op groot scherm in de startblokken te staan om het kampioenschap te beslissen. Na dit ochtendje voetbal en een middag met Diego door de stad te slenteren pakken we de nachtbus naar Puno, vanwaar we ineens doorgaan naar Copacabana, Bolivia. Dachten we....
Van half 5 tot 7 in de ochtend zitten we op een ijskoud busstation te wachten op onze bus. Uiteindelijk blijkt die niet te gaan vanwege wegblokkades halverwege ivm stakingen. Gedwongen blijven we in Puno en hopen we dat de volgende dag er wel een bus gaat. Om de tijd maar te doden boeken we een tripje naar de Uros eilanden op het Titikaka meer. Honderden jaren geleden was dit volkje nogal bang van de Inca's en Collas, wat hun doen heeft besluiten 2 meter hoge kluiten aarde en riet in het meer te gooien, met palen aan elkaar vast te maken, nog meer riet erop te gooien (1 meter), rieten huisjes erop te zetten en er te gaan wonen. Regelmatig moet er riet bijgegooid worden omdat alles van onder wegrot. Je merkt dan ook dat je op sommige stukken diep wegzakt. De chef van het eiland legt het erg leuk uit en verteld dat ze leven van vissen en jagen op vogels. Aangezien de meeste van de 50 eilandjes (ongeveer 20 bij 20 meter groot) vol staan met souvenirtentjes blijkt toerisme toch de overhand genomen te hebben. Terug in Puno nemen we meteen een volgende tour naar de sillustani ruines. We merken al snel dat we niet vaak een toertje boeken en irriteren ons al snel aan zowat alles eniedereen. De site zelf stelt niet veel voor, maar de uitzichten over het landschap maakt alles goed.
Deze ochtend waren we weer vroeg op het busstation maar helaas, weer geen bussen. Als alternatief is er een boot, maar die zit al vol. Vandaag nog maar een lange dag wachten in Puno en vandaar ook een lang verslag :-)
Dan tot slot nog even wat we culinair in Peru deze 2 maanden geprobeerd hebben:
- Piranha in de amazone
- Majaz, kruising tussen een konijn en een hert (lijkt op stoofvlees), amazone
- Adobo, gekruide karbonade in licht pikante soep (ontbijt op zondag voor tegen de kater en voor families na de kerkdienst)
- Cuy, cavia
- Ceviche, rauwe vis in limoensaus
- Chicha, rijstdrankje
- Alpaca, soort lama
- Inka Kola, frisdrank met veel te zoete bubblegumsmaak
- Cocabladeren, tegen de hoogte
We hopen dat het volgende verslag vanuit Bolivia zal zijn...
Reacties
Reacties
ik hoop dat jullie snel door kunnen reizen, want Puno is nu niet echt een stad om dagen te slijten, succes!
Zijn de blokkades nog steeds tegen het afsluiten vans de watertoevoer?
Goedemorgen luitjes,
Ik zit hier nu in een grijs Breda jullie mooi gedetailleerd (moet de hand van Ine zijn) verslag te lezen en begin zowaar weer jaloers te worden! Moet zeggen dat ik al vond dat Flip wat van die hamsterwangetjes had gekregen, maar nu lees ik dat jullie cavia gegeten hebben, dus...
Geniet van Bolivia, iedereen die wij hebben gesproken waren super enthousiast!
Groeten Koen
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}