Bart-en-Catharine.reismee.nl

7 dagen op en neer met Alejandro en Alberto

Voor de 3e ochtend op rij gaan we vroeg naar het busstation in Puno om te kijken of we dit keer wel de grens over kunnen. Blijkbaar zijn de stakingen uitgebreid en kunnen we alleen nog met de boot vanuit Puno over het Titicacameer naar de grens met Bolivia. Ergens achteraf stappen we met zo'n 20 man een bootje in en 10 uur later komen we in donker en vrieskou aan bij de grens; dat wil zeggen, vlak bij de kust komen er wat roeibootjes aan waarin we met bagage overstappen. Na 5 minuten roeien stappen we uit om zonder licht over wat stenen die ze in het water hebben gemikt naar vaste grond te lopen (het woord titanic valt regelmatig). Na 10 minuten lopen bereiken we de grens van Peru en 10 minuten later die van Bolivia. Die is echter al gesloten, maar na flink aandringen mogen we toch Bolivia in. Als we uiteindelijk met een minibusje aankomen in Copacabana (nog steeds Bolivia, niet Brazilie) blijken de bergschoenen van Ine op de boot gejat ( met 3 dubbele knopen vastgemaakt aan de backpack). Altijd leuk die grensovergangen... De volgende dag gaan we snel naar Isla del Sol, een eiland gelegen in het Titicacameer op 3800 meter. Na wat fotootjes schieten en rondlopen, kamperen we op een strandje in het noorden van het eiland. De volgende dag lopen we naar het zuiden om te merken dat we net te laat zijn voor de ochtendboot en nog eventjes 4 uur moeten wachten op de volgende boot. Toch raken we 's avonds laat nog in de hoofdstad La Paz.

Iedereen die al wat langer door Zuid Amerika reist en steeds dichterbij Bolivia komt, hoort de verhalen al wel van andere Nederlanders. En dan uiteindelijk, na vele weken geduld kom je aan in La Paz. Met een stadsmap als gids kom je dichter en dichterbij en kan je em al bijna ruiken. Binnen in het restaurant sla je de menukaart open en jawel, de verhalen zijn waar!!! En even later heb je em voor je liggen....een echt broodje kroket!!!! In Nederland zo gewoon, maar na 11 maanden smaakt het als een heus culinair hoogstandje. En zoals we in Nederland op zondag met die kroket en friet om 7 uur met het bord op schoot naar voetbal kijken, in Bolivia doen ze dat iets geemancipeerder. Met een zak popcorn en een colaatje zitten we in een grote gymzaal om het vrouwenworstelen te aanschouwen. Het is niet het echte worstelen maar van dat enorm slechte acteerwerk dat je vast wel eens op televisie gezien hebt met corrupte scheidsrechters en interactie met het publiek. Bij de Boliviaantjes gaat het er in als zoete koek en ook voor ons is het leuk vermaak.

Met 20 kilo eten in een boodschappentas komen we aan in Sorata, een klein dorpje ten noorden van La Paz en startpunt van vele trekkingen door de bergen. We kiezen een 8-daagse route genaamd illampu-circuit, een rondje van 106km rond de berg Illampu (6350m). We nemen Alejandro (gids) mee voor de route en Alberto (ezel) voor het dragen van de bagage. De 1e dag stijgen we van 2700m naar 4200m, komen nog langs Alejandro's huis en hebben vrij leuke uitzichten. Minder leuk is dat halverwege de dag de camera, na al enkele weken kuren gehad te hebben, ermee blijkt te stoppen. Raar genoeg werkt de videofunctie nog wel en introduceren we de term ‘video-foto' , een video van 3 seconde (genoeg tijd om hem op pauze te zetten). De 2e dag lopen we over de rotsen in dichte mist naar Lago Glaciar op 5050m hoogte. Slechts enkele keren klaart het voor een paar minuten op en zie je jezelf ineens tussen de hoge bergtoppen lopen. Acht dagen niet wassen en niet naar de wc kan natuurlijk niet, dus wassen we ons in het ijskoude water van de meertjes of riviertjes en de wc is overal waar een redelijk hoge rots is. Rond half 7 gaan we meestal de tent in omdat het zonder zon buiten gewoon veel te koud is. Koken doen we zelf op een gasbrandertje (en 1x op hout, we hebben een beetje te weinig gas meegenomen) en meestal wast Alejandro af. We protesteren niet want wat is dat water koud! Dag 3 moeten we een hele steile bergpass over met losliggend grind, niet de hoogste maar wel de zwaarste pass. Als Flip met een luide kreet laat horen dat hij boven is, is dat zo schrikken voor 2 condors dat ze zich uit de figuurlijke voeten maken. Voordat we de 5e dag een mijnwerkersdorpje passeren (met ongeveer 20 borden waarop staat dat buitenlanders ‘tol' moeten betalen) gaan Flip en Alejandro nog een berg op om een hogergelegen meer te bekijken. Rond het meer grazen meer dan honderd lama's en met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen had het een hele mooie foto geweest. De 6e dag zou de zwaarste moeten zijn met een pass van 5200m. De uitzichten geven echter veel energie. Die nacht slapen we op de hoogste plek, 4750 meter. Dat het erg koud is merken we in de ochtend als de fles water die in de tent ligt bevroren is. Op de 7e en uiteindelijk ook laatste dag zetten we zonder te ontbijten onze tocht voort (te koud). Om 10 uur komen we bij een hot spring en hebben we ontbijt/lunch. Onderweg hebben we nog een mooi uitzicht op het titicacameer en vangen we een hagedis voor de zoon van Alejandro, die een half jaar geleden zijn been heeft gebroken en het eten van hagedissenpoten zou het bot sneller doen helen (voor een oparatie van 1000 dollar zijn ze aan het sparen). Als we om half 3 aankomen op de plaats waar we de tent gaan zetten vragen we hoe lang het nog terug is naar zijn huis (vanuit daar is het 20 min met de taxi naar Sorata). Het antwoord is nog 4 uur en aangezien het laatste gedeelte over een weg is besluiten we maar door te lopen. Waar we echter geen rekening mee hebben gehouden is dat onze Alejandro zo graag naar zijn vrouw wil dat een leugentje snel gemaakt is. Na 5,5 uur non-stop door racen komen we om 8 uur aan bij zijn huis (sinds 10 uur niks gegeten) en zijn we toch wel redelijk pissig om dit laatste ‘trucje', wat toch wel een smetje is op de verder 6,5 dag voortreffelijke tijd. Het zwaarste van deze trip was niet zo zeer het klimmen maar meer de slapeloze nachten door kou en harde ondergrond. Het paradoxale is dan wel dat je in de 7 dagen helemaal tot rust komt, ondanks het klimmen en dalen en de lange nachten.

Na een dagje de zere voeten te laten rusten in La Paz en een bezoekje aan het cocamuseum gaan we door naar Coroico, ook een klein plaatsje boven La Paz met een hoogte van 1700 meter en een aangenamer klimaat. We kamperen bij sol y luna, een hotel/campsite net buiten Coroico. Hoewel hier ook voldoende activiteiten te doen zijn houden we het bij bbq-en bij de tent, veel wijn drinken en roland garros kijken bij een nabij gelegen hotel (na 2 uur rondvragen in het dorp bleek dit hotel als enige de juiste kabeltv te hebben). Helemaal uitgerust vertrekken we dan ook voor een 15 durende busreis met overstap naar Sucre.

Ook Sucre heeft een aangenaam klimaat en blijkbaar houden Nederlanders daarvan. Er zijn minstens 5 nederlandse winkels en reisbbureautjes te vinden. Helaas is zowat alles dicht als we aankomen maar gelukkig kan Flip ergens zijn inmiddels 5e zonnebril van de reis aanschaffen (hij leidt nu met 5-4). Na een vruchteloze poging om de camera te laten maken bezoeken we een dinopark waar sporen van dinosaurussen te zien zijn. Deze sporen staan op een wand, die naar het schijnt door aardverschuivingen verticaal is komen te staan. Van zo'n 50 meter kan je dan via een verrekijker de dinosaurussporen aanschouwen (maar als je zegt dat het van een olifant is of een afdruk van een bil geloven we het ook). Niet erg indrukwekkend en dus ook niet zo erg dat we pas na dit park een nieuwe camera aanschaffen om deze in Potosi te gaan testen.

Potosi is naar men zegt de hoogste stad ter wereld met een hoogte van 4065 meter. Honderden jaren geleden was deze stad groter dan bv Parijs, maar nu de mijnen (de belangrijkste inkomensbron en allen in slechts 1 berg) niet meer zo rijkgevuld zijn heeft de stad nog geen 200.000 inwoners, waarvan er nog steeds zo'n 15.000 in de mijnen werken. Deze mensen werken 10 tot 24 uur per dag in de mijn, 6 dagen per week. Flip gaat een ochtendje mee met een Canadees en een gids. Na eerst wat kado's; cocabladeren, whisky boliviana 96% alcohol en een flesje sap gekocht te hebben (het enige wat ze in de mijn consumeren, dus geen eten) lopen we een uur later in vol ornaat de mijn in. We bezoeken een aantal mijnwerkers op verschillende niveaus in de mijn (tot 600 meter ver) en Flip houdt het welgeteld 30 seconde uit om met een drilboor wat arbeid te leveren. De hoeveelheid stof is in deze ruimte echt overweldigend. We rusten uit door een uurtje met ‘Mike Tyson' te praten en te drinken. Iedereen in de mijn heeft een bijnaam en ‘Mike' heeft deze gekregen doordat hij vooral met een hamer zijn werk doet (Flip wordt ‘el sergeante genoemd en Darryl ‘Harry Potter'). Mike legt de gewoontes binnen in de berg uit en het valt vooral op dat veel mijnwerkers in zowel een god als de duivel geloven. Voordat je drinkt gooi je 2x wat druppeltjes op de vloer, 1x voor pachamama (moeder aarde) en 1x voor el tio (de duivel) zodat ze je goed gezind zijn en er geen ongelukken gebeuren. Bij elke ingang staat ook een standbeeld van el Tio, versierd met slingers, coca, sigaretten en flesjes drank. Op de muur eromheen zie je klodders lamabloed, die 2x per jaar worden geofferd (dat alles voor veel zilver en geen ongelukken). Frappant is dat ze allemaal weten dat el Tio is gecreerd door de spanjaarden in de tijd dat deze de locale bevolking in de mijn tewerkstelden. De localen geloofden in meerdere goden en zodoende maakten de spanjaarden poppen van klei en zeiden dat dit de god van de berg was. En natuurlijk, als je niet luisterde en werkte werd de god boos met alle gevolgen van dien. Met een wang vol coca en een buik vol whisky boliviana komt Flip terug in het hostel verslag doen.

Met een ex-mijnwerker zijn we in Potosi een avondje gaan stappen en dat doen ze daar niet half. De busrit naar Tupiza, onze laatste stop in Bolivia is daarom met maar een paar uurtjes slaap een taaie. Tupiza zelf is een klein dorpje omgeven door rotsformaties en een alternatief startpunt voor een tour over de zoutvlaktes. De 4 daagse tour naar de zoutvlaktes brengt ons door onwerkelijke landschappen. Aangezien de gids geen engels sprak en Ine en onze mede-jeepgenoten Debby en Catherine geen Spaans kreeg Flip de rol als vertaler toebedeeld waardoor hij een plekje voorin de jeep bemachtigde. Naast rotslandschappen zien we meren in vele kleuren, geisers, vulkanen en uiteraard de zoutvlakte. De panoramafunctie van de nieuwe camera kwam hierbij uitstekend van pas. Het waren lange dagen in de jeep en ochtenden waarin we vroeg moesten opstaan maar dat namen we graag voor lief. Helaas waren we allebei de laatste dag op de zoutvlaktes ziek, maar we hebben de vlakte wit kunnen houden...

We kunnen niet meer zo veel foto's op de website zetten, maar heb je een maandagochtenddip of ben je nog met vakantieplannen bezig, kijk dan op onze flickrsite (zie link hiernaast) voor wat ideetjes. Ook kan je daar de panorama foto's op ware grootte bekijken.

Zo is er al weer een dikke maand voorbij en zal het volgende verslag over Argentinie het laatste zijn. Onze vlucht naar huis is 15 juli a.s. vanuit Buenos Aires dus tot al heel binnenkort!

Reacties

Reacties

irene

wederom een genot om te lezen en zien !!...en stiekem echt wel een beetje jaloers. Geniet er nog van, behouden terugkomst en hopelijk tot de familiereünie .Groetjes, Irene

Joris, Sienke en lena

Hi flip en Ine. Jullie lezen het goed. 16 juni is Lena geboren! Alles ok. Prachtige ervaring vooralsnog!
Prima trigger trouwens; dacht even dat wat fietsers op hoogtestage waren!
Geniet nog en tot in de zomer. X van ons drie.

Els en Frans

30 km gereden voor een mac met wifi om jullie verhaal te kunnen lezen! Top!
Hier alles goed, we genieten van La France
Stiekum begonnen de dagen af te tellen..
See you at Bxl.
Tot heel snel, veel liefs.

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!