Laos part II
Op 18 november vertrekken we per minibus naar VangVieng. Dit dorpje schijnt het Salou van Laos te zijn en wordt omgeven door karstgebergte en een aantal grotten. In Laos zijn de busstations standaard een aantal kilometer buiten de stad (waarschijnlijk om de lokale vervoersdiensten wat klandizie te geven) en wij worden als 1e opgehaald. Na een klein half uurtje rondjes gereden te hebben in Luang Prabang om iedereen op te pikken komen we er achter dat we onze pas aangeschafte (nep)zonnebrillen zijn vergeten in het hostel. Na wat aandringen bij de chauffeur is hij bereid zijn efficiënte ophaalprogramma te wijzigen en een hele minuut later zijn we weer bij ons hostel.
Onze 1e indruk van VangVieng is niet zo positief. Als we ons rond 5 uur installeren in een strategisch gelegen bar om eens goed te kijken naar het leven op straat, komen net de mensen van het tuben terug. (tubing is op een rubberband jezelf met de stroom van de rivier mee laten drijven en onderweg kan jij bij allerlei barretjes aan het water jezelf volgieten) Iedereen loopt dronken (en veel ook stoned) in vaak niet meer dan alleen een bikini of een zwembroek rond om zijn of haar band weer in te leveren.
Als wij de volgende avond (zaterdag) het nachtleven dan ook maar in willen duiken gaan we naar de Q-bar en bestellen we allebei een emmertje whisky cola. Het is nog rustig en naar mate de avond vordert wordt het alleen maar rustiger, ook op het zogenoemde Party-eiland waar de bekendste bar (Bucketbar) zelfs dicht is. Een paar emmertjes later taaien we dan maar af, mijmerend dat het er in onze tijd wel anders aan toe ging...
Op advies van een barman gaan we de volgende dag niet tuben op de rivier maar 14km ten noorden van VangVieng in een grot met water. Als we onze scooter hebben geparkeerd in het dorp loopt er een local mee naar de 15 minuten verderop gelegen grot. Hier betalen we voor de rubberband en krijgen een accu met hoofdlamp mee. De local trekt zijn kleren uit en stapt in zijn onderbroek ook in een bandje. Na 5 minuten in de grot te zijn meren we al aan, heel anders dan dat we verwacht hadden. We volgen de 'gids' die plat op zijn buik de grot verder in kruipt. Ine houdt het voor gezien, Flip kruipt erachter aan. Zo'n 300 meter kruipen, gehurkt lopen in deze claustrofobische omgeving later (in zo'n kleine ruimte ruik je pas goed dat die gids enorm naar alcohol stinkt) zijn Flip en de gids weer bij het water en dobberen we weer naar de ingang van de grot.
Onze volgende stop (21 november) is een veel te warm Vientiane, de hoofdstad van Laos. Eigenlijk is hier niet zo veel te zien of te beleven. Wij gebruiken het om ons visum voor Laos te verlengen en er één voor Vietnam aan te vragen. Het enige wat opvalt is dat de bar die we als stamkroeg aanhouden in de avond vooral bezocht wordt door 50+ blanken in gezelschap van 18 jarige aziatische meisjes (waarvan we zeker weten dat er minimaal 4 travestiet zijn). Wij richten ons vizier maar op het mooie uitzicht van de Mekong...
De 24e nemen we de nachtbus naar 4000-islands, een eilandengroep in het zuiden van Laos aan de grens met Cambodia. We hebben net zoals in China de achterste plekken bovenin in de bus, krap en zeer beweeglijk met zo'n hobbelige weg. Aangekomen op Don Det nemen we onze intrek in een gammele bungalow die we een dag later omwisselen voor een heel wat luxere. Op de 4000-islands relaxen we vooral, gaan we een dagje tubing doen (dit keer zonder alle barretjes aan de oever) en hebben een dagtrip met de kayak.
Aangezien het droogseizoen is, beperkt het kayakken zich tot alleen maar peddelen en misschien 1 hele stroomversnelling. We bezoeken 2 watervallen en meren aan in Cambodia (zonder visum) om de zeldzame zoetwaterdolfijnen te zien. Zo af en toe duiken ze op en als we weer verder peddelen zien we ze van zo'n 10 meter afstand
Na 5 dagen nemen we op 29 november de bus naar Thak Kek, in het midden van Laos om daar een aantal dagen rond te scooteren. Het blijkt dat we een localbus hebben (daarom was dat reisbureau goedkoper dan de rest). Zoals het met local bussen gaat komen ze nooit op tijd aan. Overal wordt gestopt om de bus vol te laden met vis, kippen, zakken rijst en genoeg hout om een heel bungalowpark aan te leggen. Tegen middernacht komen we eindelijk aan en slapen noodgedwongen in een guesthouse op het busstation (dat natuurlijk ver buiten het centrum ligt)
De volgende dag is het dan zover, we huren 2 scooters om ‘the loop' te doen! Dit is een rondje van ongeveer 500km waarvan zo'n 70km een uitdagende (slechte) weg is. Onderweg zijn er tal van grotten en gebergtes. We doen het rondje met de klok mee en de 1e dag brommeren we 150km over goede weg naar Na Hin. Op aanraden van onze Israelische reisgenoten tijdens de Gibbonexperience nemen we onze intrek in een bungalow op een resort (kosten 10 euro) en slapen in de schoonste en mooiste kamer tot nu toe.
Dag 2 rijden we naar een nabij gelegen waterval. Als we de scooter parkeren moeten we nog 2km door National Park lopen. De hele weg komen we niemand tegen en ook bij de waterval en op de terugweg niet, wat het een hele unieke ervaring maakt. Rond de middag vervolgen we de route naar wat het hoogtepunt moet zijn van deze ‘loop': De Konglor cave. Op de weg naar de ingang van de grot ben je omringd door karstgebergte en het idee dat daaronder een 7,5km lange grot is doet ons wat gas bij geven. De grot zelf is grotendeels water dus moet je met een bootje en 2 gidsen de grot in. Blijkbaar kennen ze de weg want voor ons gevoel gaan we vrij hard. We stoppen 3x, 2 keer omdat het water te ondiep is en we een stukje moeten lopen en de 3e keer om een droog gedeelte van de grot te bekijken. Een aantal jaren geleden is er in dit gedeelte verlichting aangebracht wat het geheel een Star Trek-achtig gevoel geeft.
Dag 3 vervolgen we onze tocht vroeg om ook het lastige gedeelte van de route (tussen Lak Sao en Thalang) door te komen. De dag ervoor hebben we een fles Laolao whisky gekocht die we in het mandje van Ine hebben gelegd. Door de hobbelige weg wordt de fles gelanceerd en doordat Ine wil redden wat er te redden valt, gaat ze onderuit. Buiten een pijnlijke knie geen schade en ook de fles heeft het overleefd. De weg valt op zich verder goed mee en naarmate we verder komen wordt ie steeds beter. Flip is helemaal in zijn element en gaat steeds harder rijden. Maar ja, hoogmoed komt voor de val en een verradelijke kuil laat hem languit gaan. De brommer doet het nog en naast schaafwonden op 7 plekken en een pijnlijke rib gaat het ook met Flip goed. Ook mooi is het om te merken dat locals meteen stoppen om te kijken of alles wel ok is. We komen om 3 uur aan in Thalang en besluiten hier te overnachten zodat Flip zijn wonden meteen kan schoonmaken. Het toeval wil dat het een nationale feestdag is en ons ‘guesthouse' tegelijkertijd de enige bar/restaurant van het dorp en in de wijde omgeving is. Meteen worden we uitgenodigd om dit mee te vieren, de fles whisky wordt tevoorschijn gehaald en het dranktempo ligt enorm hoog. Er wordt flink gefeest en uiteindelijk liggen we een aantal uurtjes later al om 7 uur op bed (vooral Flip heeft genoeg op).
De laatste dag hebben we zoals elke dag weer problemen met het starten van vooral Ine haar brommer. Meestal komt een local ons helpen om hem te starten, maar als het deze keer de locals ook niet lukt lijkt een gebrek aan benzine het bijkomende probleem. Gelukkig verkopen ze aan de weg plastic flessen met benzine en zo komen we uiteindelijk om 12.00 uur weer aan in Thak Kek.
Vanavond gaan we met de bus naar Hanoi, Vietnam en laten we Laos met pijn in ons hart achter. We hebben al wel een geweldige locatie voor een groot feest gevonden dus wie weet komen we hier ooit nog een keer terug..! :-)
Reacties
Reacties
Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal....
(het zijn gekleurde lichtjes geworden Ine)
Lieve Ine en Flip,
Het is inmiddels bij jullie kerstavond geworden.
Wij wensen juliie een vrolijk en gelukkig Kerstfeest!
"...Dat gaan wij vieren,
met warme chocolaa.."
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}