Vietnam (En dat is drie....!)
'HEY YOU, wanna buy something?','motorbike?', 'Come into my shop!', 'Mister!, boattour, cheap cheap!', 'you buy sunglasses?'. Wilde je in Laos iets regelen of eten dan moest je eerst iemand uit zijn hangmat halen, in Vietnam zijn ze er duidelijk helemaal klaar voor.
Onze eerste stop in Vietnam is Hanoi, maar om daar te komen moeten we eerst nog 24 uur in de bus zitten. Om half negen 's avonds vertrekken we, echter de bus is traditioneel een uurtje later. Bij het zien van de bus twijfelen we wel erg of dit de goede is. Het lijkt meer op een minibusje. Binnen ligt het vol met allerlei zooi en na nog eens goed kijken blijkt het wel een normale bus te zijn. De achterste 10 plekken zijn echter niet zichtbaar waardoor het nogal een heel stuk kleiner overkomt. Omdat de chauffeur zo vriendelijk lacht besluiten we maar in te stappen (ine met de voeten op een rijstzak) en met 12 andere mensen een kip en een soort van eekhoorn als reisgenoten vertrekken we naar Hanoi.
Hanoi is het best te beschrijven met de woorden: scooters en verkopers. Terwijl je je weg door het verkeer baant willen ze alles aan je slijten. Sta je even stil om bij te komen dan zit er zo iemand aan je voeten om lijm te spuiten in dat miniscule gaatje in je schoen (uiteraard voor een ‘very cheap' prijsje). We vinden wat rust en koelte in het Ho Chi Minh mausoleum ( hij is net terug uit Rusland waar hij 3 maanden per jaar verblijft om wat bijgebalsemd te worden. Volgens ons met goed resultaat want hij ziet minder pips als Lenin toen we hem een aantal maanden geleden bezochten in Moskou).
Vietnam trekt duidelijk veel toeristen en dus besluiten we het land op de toeristische manier te doen (If you can't beat them, join them). Zo belanden we op de 3 daagse Halong bay 'Rock hard, Rock long-tour' georganiseerd door het backpackershostel. Halong Bay ligt in het noordoosten van Vietnam en wordt in reisboeken wel eens aangeduid als het 8e wereldwonder. In de baai liggen duizenden eilandjes van karstgebergte die steil uit het water omhoog rijzen. De 1e dag varen we met de boot en 22 ‘mede-rockers' rond de gebergtes en kanoën we naar een grot in 1 van de eilandjes. Dag 2 varen we naar een eiland dat van het hostel zelf is. Inmiddels hebben we alle andere toerboten achter ons gelaten en lijkt Halong Bay helemaal niet zo toeristisch als gevreesd. Na een ritje op de bananenboot (waar Flip zijn ribben na een val dus echt goed kneust) en wat chillen op het strandje zijn we klaar voor een nieuwe feestavond. De groep is echter vrij passief en de toer is meer een ‘geniet maar drink met mate' en ‘sleep before midnight' excursie. Voor ons is het prima en met de 2 zonnige dagen die we hebben (toch wel fijn voor het uitzicht) is dit uitstapje meer dan geslaagd.
Als we na een nachtje in de bus in Hue arriveren checken we in bij een wel erg goed hostel. Ze pikken ons op van de busstop, een 2-persoonsbed is 9 dollar met gratis ontbijt en jawel.... van 5 tot 6 gratis bier. Op ons hebben ze niks verdiend...
Hue zelf is niet zo bijzonder en na wat sighseeing in de stad rijden we naar het strand 15km verderop. Alle restauranteigenaren wuiven ons binnen. We kiezen er 1 uit, parkeren de scooter 5 meter van de bar en bestellen 2 drankjes. Als we omdraaien staat er een kerel met een krijtje op onze scooter te krassen en vraagt of we even wat parkeergeld willen betalen. Nee, dat willen we niet en na 10 minuten praten en zwijgen druipt ie maar af.
In Hoi An stoppen we een aantal dagen voor een bezoek aan de kleermaker. Dag 1 besteden we aan het verzamelen van info over de ongeveer 600 winkeltjes aangezien er heel wat wannabee's tussenzitten die slechte kwaliteit leveren. Ine laat uiteindelijk 3 jurkjes maken, Flip een maatpak en 2 dagen later en 1 keer passen en aanpassen vertrekken we tevreden naar Nha Trang.
De bedoeling is om hier vooral te chillen aan het strand. Het weer gooit roet in het eten en alleen de 1e ochtend is het zonnig. De dag erop besluiten we ons dan maar anders te verwennen en huren wederom een scooter (geen paspoort of deposit nodig, gewoon op straat 4 dollar geven en binnen 1 minuut ben je weg) om in een verderop gelegen spa een modderbadje te nemen. Terug in Nha Trang staat de scootermevrouw nog op dezelfde straathoek en is blij ons weer te zien. Waar wij ook blij van worden is het duitse café ‘Trefpunkt' waar ze zuurkool met bratwurst en frikadelle (gehaktballen) hebben! De eigenaar wil graag het verschil weten tussen de duitse frikadelle en de nederlandse frikandel en na dit uitgelegd te hebben krijgen we een zelfgemaakt advocaatje als toetje. Het eten doet wat heimwee opwekken en we beloven onszelf de volgende dag weer trouw noodles naarbinnen te schuiven.
De laatste dag in Nha Trang zitten we op een dagtripje naar een aantal eilandjes voor de kust. Als er naar de lunch live muziek is, is alleen Ine bereid om met de entertainer (die ook de gids en de barman tegelijk is) een dansje te doen. Na de muzikale uitspatting ligt onze vriend ineens met 3 flessen wijn op een vlotje in het water en roept 'floating bar floating bar!'. Binnen 10 seconden heeft Flip een rubberband te pakken en springt het water in om zich tegoed te doen aan de lokale wijn.
Dalat, een stadje in de binnenlanden is de volgende stop en bekend om de aardbeien en koffie. Aardbeien waren er niet maar de koffie was lekke en ook de plaatselijke bakker wordt goed bezocht. Vóór kerst gaan we nog even naar Mui Ne, het mooiste strand van Vietnam. Dat hebben meer mensen in de gaten gehad en alle goedkope bungalows zijn weggehaald en ingeruild voor grotere resorts. Er is hier een straf windje wat elke dag meer dan 100 kitesurfers aantrekt. Aan de boulevard zijn uitstekende restaurantjes waar je verse garnalen en inktvis voor 1,50 euro per portie kan uitzoeken.
Met kerst zitten we in Saigon, wat in dezelfde categorie valt als Hanoi. Het oorlogsmuseum is erg indrukwekkend en de moeite waard, in tegenstelling tot het kerstdiner waarbij voor -en nagerecht uitverkocht zijn (en zo druk is het binnen niet). Onze laatste tour in Vietnam duurt 2 dagen en brengt ons via de mekongdelta in Phnom Penh, Cambodja. Na wat reviews gelezen te hebben was het ons wel duidelijk niet met Delta-adventuretours te gaan. Veel reisbureaus hebben echter exact dezelfde folder maar we vinden er ook 1 met een ander programma. Als we eenmaal in de bus zitten om te vertrekken worden we welkom geheten met de woorden 'welkom to delta-adventuretours'. Alles is dus ‘same same' en wij stellen onze verwachtingen naar beneden bij. Hierdoor voldoet de tour uiteindelijk toch aan de verwachtingen (slecht dus) en na een overnachting op een ‘floating hotel' gaan we naar Phnom Phen. Er zijn 2 mogelijkheden, via de snelle of langzame boot. Wij kiezen voor de trage variant (voor de snelle betaal je 5 dollar meer en op internet hebben we gelezen dat er alleen maar een snelle gaat) en zijn de enige die hiervoor kiezen. Elk half uur wordt er wel gevraagd of we niet op de snelle willen en uiteindelijk zegt de gids dat wij er voor 3 dollar per persoon op mogen. Nadat we hebben verzekerd dat wij het rustig aan doen worden we overgeleverd aan een Cambodiaanse gids die ons op de snelle boot zet. Ook hij doet ons nog een voorstel (om wat extra's te verdienen dus) maar uiteindelijk zitten we na het verkrijgen van de visa net als iedereen nog steeds op de snelle boot naar Phnom Penh.
En dat is drie....ja, in Mui Ne bleek dat we een week voor kerst met onze laatste pinpas even naar St Petersburg gegaan zijn om daar kerstinkopen te doen. Het 3e skimgeval in 5 maanden. Gelukkig hadden we nog net genoeg beltegoed op skype om de bank te bellen en de nodige dingen te regelen. Zonder werkende bankpassen hoeven we voorlopig in ieder geval niet naar een pinautomaat op zoek.
Vanuit Cambodia wensen wij iedereen nog een gelukkig en voorspoedignieuwjaar!! We hopen dat iedereen een leuke jaarwisseling heeft gehad. Wij hebben het in ieder geval goed gevierd met een groot feest op een onbewoond eiland voor de kust van cambodia :-)
Laos part II
Op 18 november vertrekken we per minibus naar VangVieng. Dit dorpje schijnt het Salou van Laos te zijn en wordt omgeven door karstgebergte en een aantal grotten. In Laos zijn de busstations standaard een aantal kilometer buiten de stad (waarschijnlijk om de lokale vervoersdiensten wat klandizie te geven) en wij worden als 1e opgehaald. Na een klein half uurtje rondjes gereden te hebben in Luang Prabang om iedereen op te pikken komen we er achter dat we onze pas aangeschafte (nep)zonnebrillen zijn vergeten in het hostel. Na wat aandringen bij de chauffeur is hij bereid zijn efficiënte ophaalprogramma te wijzigen en een hele minuut later zijn we weer bij ons hostel.
Onze 1e indruk van VangVieng is niet zo positief. Als we ons rond 5 uur installeren in een strategisch gelegen bar om eens goed te kijken naar het leven op straat, komen net de mensen van het tuben terug. (tubing is op een rubberband jezelf met de stroom van de rivier mee laten drijven en onderweg kan jij bij allerlei barretjes aan het water jezelf volgieten) Iedereen loopt dronken (en veel ook stoned) in vaak niet meer dan alleen een bikini of een zwembroek rond om zijn of haar band weer in te leveren.
Als wij de volgende avond (zaterdag) het nachtleven dan ook maar in willen duiken gaan we naar de Q-bar en bestellen we allebei een emmertje whisky cola. Het is nog rustig en naar mate de avond vordert wordt het alleen maar rustiger, ook op het zogenoemde Party-eiland waar de bekendste bar (Bucketbar) zelfs dicht is. Een paar emmertjes later taaien we dan maar af, mijmerend dat het er in onze tijd wel anders aan toe ging...
Op advies van een barman gaan we de volgende dag niet tuben op de rivier maar 14km ten noorden van VangVieng in een grot met water. Als we onze scooter hebben geparkeerd in het dorp loopt er een local mee naar de 15 minuten verderop gelegen grot. Hier betalen we voor de rubberband en krijgen een accu met hoofdlamp mee. De local trekt zijn kleren uit en stapt in zijn onderbroek ook in een bandje. Na 5 minuten in de grot te zijn meren we al aan, heel anders dan dat we verwacht hadden. We volgen de 'gids' die plat op zijn buik de grot verder in kruipt. Ine houdt het voor gezien, Flip kruipt erachter aan. Zo'n 300 meter kruipen, gehurkt lopen in deze claustrofobische omgeving later (in zo'n kleine ruimte ruik je pas goed dat die gids enorm naar alcohol stinkt) zijn Flip en de gids weer bij het water en dobberen we weer naar de ingang van de grot.
Onze volgende stop (21 november) is een veel te warm Vientiane, de hoofdstad van Laos. Eigenlijk is hier niet zo veel te zien of te beleven. Wij gebruiken het om ons visum voor Laos te verlengen en er één voor Vietnam aan te vragen. Het enige wat opvalt is dat de bar die we als stamkroeg aanhouden in de avond vooral bezocht wordt door 50+ blanken in gezelschap van 18 jarige aziatische meisjes (waarvan we zeker weten dat er minimaal 4 travestiet zijn). Wij richten ons vizier maar op het mooie uitzicht van de Mekong...
De 24e nemen we de nachtbus naar 4000-islands, een eilandengroep in het zuiden van Laos aan de grens met Cambodia. We hebben net zoals in China de achterste plekken bovenin in de bus, krap en zeer beweeglijk met zo'n hobbelige weg. Aangekomen op Don Det nemen we onze intrek in een gammele bungalow die we een dag later omwisselen voor een heel wat luxere. Op de 4000-islands relaxen we vooral, gaan we een dagje tubing doen (dit keer zonder alle barretjes aan de oever) en hebben een dagtrip met de kayak.
Aangezien het droogseizoen is, beperkt het kayakken zich tot alleen maar peddelen en misschien 1 hele stroomversnelling. We bezoeken 2 watervallen en meren aan in Cambodia (zonder visum) om de zeldzame zoetwaterdolfijnen te zien. Zo af en toe duiken ze op en als we weer verder peddelen zien we ze van zo'n 10 meter afstand
Na 5 dagen nemen we op 29 november de bus naar Thak Kek, in het midden van Laos om daar een aantal dagen rond te scooteren. Het blijkt dat we een localbus hebben (daarom was dat reisbureau goedkoper dan de rest). Zoals het met local bussen gaat komen ze nooit op tijd aan. Overal wordt gestopt om de bus vol te laden met vis, kippen, zakken rijst en genoeg hout om een heel bungalowpark aan te leggen. Tegen middernacht komen we eindelijk aan en slapen noodgedwongen in een guesthouse op het busstation (dat natuurlijk ver buiten het centrum ligt)
De volgende dag is het dan zover, we huren 2 scooters om ‘the loop' te doen! Dit is een rondje van ongeveer 500km waarvan zo'n 70km een uitdagende (slechte) weg is. Onderweg zijn er tal van grotten en gebergtes. We doen het rondje met de klok mee en de 1e dag brommeren we 150km over goede weg naar Na Hin. Op aanraden van onze Israelische reisgenoten tijdens de Gibbonexperience nemen we onze intrek in een bungalow op een resort (kosten 10 euro) en slapen in de schoonste en mooiste kamer tot nu toe.
Dag 2 rijden we naar een nabij gelegen waterval. Als we de scooter parkeren moeten we nog 2km door National Park lopen. De hele weg komen we niemand tegen en ook bij de waterval en op de terugweg niet, wat het een hele unieke ervaring maakt. Rond de middag vervolgen we de route naar wat het hoogtepunt moet zijn van deze ‘loop': De Konglor cave. Op de weg naar de ingang van de grot ben je omringd door karstgebergte en het idee dat daaronder een 7,5km lange grot is doet ons wat gas bij geven. De grot zelf is grotendeels water dus moet je met een bootje en 2 gidsen de grot in. Blijkbaar kennen ze de weg want voor ons gevoel gaan we vrij hard. We stoppen 3x, 2 keer omdat het water te ondiep is en we een stukje moeten lopen en de 3e keer om een droog gedeelte van de grot te bekijken. Een aantal jaren geleden is er in dit gedeelte verlichting aangebracht wat het geheel een Star Trek-achtig gevoel geeft.
Dag 3 vervolgen we onze tocht vroeg om ook het lastige gedeelte van de route (tussen Lak Sao en Thalang) door te komen. De dag ervoor hebben we een fles Laolao whisky gekocht die we in het mandje van Ine hebben gelegd. Door de hobbelige weg wordt de fles gelanceerd en doordat Ine wil redden wat er te redden valt, gaat ze onderuit. Buiten een pijnlijke knie geen schade en ook de fles heeft het overleefd. De weg valt op zich verder goed mee en naarmate we verder komen wordt ie steeds beter. Flip is helemaal in zijn element en gaat steeds harder rijden. Maar ja, hoogmoed komt voor de val en een verradelijke kuil laat hem languit gaan. De brommer doet het nog en naast schaafwonden op 7 plekken en een pijnlijke rib gaat het ook met Flip goed. Ook mooi is het om te merken dat locals meteen stoppen om te kijken of alles wel ok is. We komen om 3 uur aan in Thalang en besluiten hier te overnachten zodat Flip zijn wonden meteen kan schoonmaken. Het toeval wil dat het een nationale feestdag is en ons ‘guesthouse' tegelijkertijd de enige bar/restaurant van het dorp en in de wijde omgeving is. Meteen worden we uitgenodigd om dit mee te vieren, de fles whisky wordt tevoorschijn gehaald en het dranktempo ligt enorm hoog. Er wordt flink gefeest en uiteindelijk liggen we een aantal uurtjes later al om 7 uur op bed (vooral Flip heeft genoeg op).
De laatste dag hebben we zoals elke dag weer problemen met het starten van vooral Ine haar brommer. Meestal komt een local ons helpen om hem te starten, maar als het deze keer de locals ook niet lukt lijkt een gebrek aan benzine het bijkomende probleem. Gelukkig verkopen ze aan de weg plastic flessen met benzine en zo komen we uiteindelijk om 12.00 uur weer aan in Thak Kek.
Vanavond gaan we met de bus naar Hanoi, Vietnam en laten we Laos met pijn in ons hart achter. We hebben al wel een geweldige locatie voor een groot feest gevonden dus wie weet komen we hier ooit nog een keer terug..! :-)
Sabai Dee!
Op de 1e dag van november vertrekken we per bus richting Luang Nam Tha in Laos. Alles gaat prima en tegen de avond checken we in bij Guesthouse Zuela. Luang Nam Tha is een stadje van zo'n 35.000 inwoners, maar eigenlijk zijn het maar een paar straten met guesthouses, restaurantjes en travel agency's. Hoewel er al wel redelijk wat reizigers rondlopen staat hier het toerisme nog aardig in de kinderschoenen.
Wat er ook nog niet ontwikkeld is in Laos zijn de banken. De pinpas van de Rabobank werkt niet maar gelukkig kan met de creditcard tot 500 dollar opgenomen worden....als ie het doet. Bij Flip dus niet en er wordt ook geen reden opgegeven bij het 'bankkantoor' van 12m2 groot. Via een aantal telefoonnummers van Rabo en Interhelp komen we erachter dat de creditcard geblokkeerd is omdat ook deze card gehackt is (blijkbaar met nog 1 miljoen anderen in NL). Geld opnemen is dus onmogelijk, maar als oplossing werd aangeboden om de card 15 minuten te deblokkeren zodat Flip naar de bank kan sprinten en toch nog aan de nodige Lao Kipbiljetjes kan komen.
Met gevulde zakken rijden we de volgende dag op een gehuurde scooter door een national park naar het 60km verderopgelegen Muang Sing. Met elke gereden kilometer worden we meer verliefd op Laos, de natuur, de mensen en het heerlijke klimaat. 's Avonds drinken we op de nightmarket een aantal biertjes met 2 locals en na een uur komen we erachter dat 1 van hun onze gids is voor de trip die we geboekt hebben voor de komende dagen.
De volgende dag vertrekken we op een 3-daagse trip door de jungle (kosten incl. alles is 45 euro pp.). Onze groep bestaat uit 8 personen en 2 gidsen. De 1e dag lopen we zo'n 5 uur naar een Lantendorpje. Deze mensen leven in houten hutjes met golfplaten daken en zijn nog niet gewend aan toeristen. (deze route was pas in 2008 geopend en volgens het logboek had de laatste groep 3 weken terug dit dorpje bezocht) De kinderen springen mee de rivier in en later voetballen we met zo'n 15 kinderen met een door ons uit China meegenomen shuttle. Iets verderop in het dorp horen we gekrijs van een big, blaffende honden en knorrende hangbuikzwijnen. Het blijkt dat oma en kleindochter met een mes biggen aan het castreren zijn waardoor ze later veel dikker worden. Het ‘overrschot' wordt door de honden als een lekkere snack ervaren. 's Avonds komen de ouderen in ons hutje en drinken we ongeveer 5 flessen LaoLao (rijstwhisky van 50%).
Met een kater (Flip en de gidsen in ieder geval) vertrekken we de volgende ochtend naar het volgende dorp. Onderweg wordt de vis voor de lunch met een bamboo-harpoen in de rivier gevangen en 's avonds wordt er door de gidsen een kip geslacht. De LaoLao laten we deze avond maar staan.
Op zo'n tocht ben je tijdens het lopen toch altijd wel opzoek naar wat wilde dieren. De minst gezochte maar meest gevonden waren bij ons de bloedzuigers, waardoor iedereen de laatste dag toch wat harder ging lopen.
Onze volgende stop is Huay Xai aan de grens met Thailand. Hier rusten we 2 dagen uit voordat we op 9 november naar de Gibbonexperience gaan: 3 dagen lopen maar vooral ‘zippen'. Zittend in een tuigje, hangend aan een kabel vlieg je van boom naar boom door het regenwoud. De langste lijn was 500 meter en je ‘vliegt' op meer dan 100 meter hoogte over vallei-en. Slapen doe je in een boomhut 30 meter boven de grond (je zipt dus ook je boomhut in en uit) en om dan in je boomhut een ‘douche' te nemen met uitzicht over het regenwoud geeft echt een onbeschrijflijk gevoel. Hoewel we goed gekeken hebben hebben we de zeldzame Gibbon niet gezien, maar de ervaring was onvergetelijk.
Op naar Luang Prabang nemen we op 12 november de slowboat over de Mekongrivier. Deze boottocht duurt 2 dagen, halverwege zoek je je slaapplaats in een dorpje genaamd Pak Beng. Aangezien de boten plek hebben voor ongeveer 70 man maar er vaak meer dan 100 mensen opzitten, besluiten we vroeg te gaan en om half 9 zitten we op 1 van de beste plekken. Om 11 uur zouden we moeten vertrekken maar het wordt als maar later, meer mensen komen vanuit Thailand op onze boot en ook is er al vroeg een 2e boot geregeld. Sympathiek vinden wij, maar uiteindelijk gaat de 2e boot er eerder dan ons (half 1) vandoor. Een aantal minuten later vertrekken wij, ineens veel kabaal en geschreeuw, de andere boot komt terug en we moeten met zijn allen op die boot omdat onze boot motorproblemen zou hebben. Na dit, volgens ons en vele anderen, goed gespeelde toneelstukje zitten we de komende 7 uur op onze backpacks na 4 uur gewacht te hebben op lekker zittende autostoelen. De reis is mooi, maar door de vertraging komen we niet voor het donker aan. Het laatste uurtje is dan ook wel spannend, in het donker op een rivier vol rotsen en een boot zonder licht. De 2e dag gaat soepeler en voor het donker vinden we ons plekje in Luang Prabang.
Luang Prabang is een charmant frans-koloniaal stadje. Vol met tempels, monniken en toeristen heeft het toch iets rustieks en romantisch. 's Ochtends rond half 6 zitten er redelijk wat lokale mensen langs de weg met mandjes rijst, die ten deel komen aan de honderden monniken die in processie langslopen. Na dit schouwspel (waar je als Falang niet aan deel hoort te nemen) nemen we de fiets en rijden naar een 30km verderop gelegen waterval. Het groenblauwe water is prachtig en er zijn een aantal natuurlijke ‘zwembaden' waarin je lekker kan dobberen. Verder hebben we ons zelf eens verwend en ook nog een goed doel gesteund door een massage en een sauna te nemen bij het plaatselijke rode kruis. De overbodige kleren in de backpack van Ine hebben we ook aan hen gedoneerd zodat deze ook weer wat meer ruimte bied voor alle souvenirs.
Het gevoel dat dit land en de bevolking ons geeft is erg moeilijk op papier te zetten en het liefst nemen we jullie hier allemaal mee naartoe! Meer foto's staan weer op onze flickr-site, die we wel wat proberen te fatsoeneren.
http://www.flickr.com/photos/55054374@N07/
Morgen, 18 november vertrekken we met de bus naar Vang Vieng en daarna gaan we door naar Vientiane en de grotten bij Kong Lo. Later meer over onze avonturen Laos!
Busje komt zo!
Onze 1e stop op onze tocht door de bergen is Kangding (13/10/2010). Na 10 uurtjes bussen komen we in de stromende regen aan en geen taxi die ons naar het door ons gewenste hostel wil brengen. We bellen daarom de eigenaar maar op en 20 minuten later komt ie ons ophalen. Ondertussen hebben we afleiding van een taxichauffeur die een motorrijder heeft aangereden en beiden staan de hele 20 minuten op de weg ruzie te maken. Een dag later regent het weer de hele dag en voor een 'outdoor' gebied is dat toch een probleem. We rusten uit om de dag daarna weer 10 uur in een bus te zitten. Deze rit is een attractie op zich. Heel wat mooie landschappen, hoge bergkammen (we rijden even boven de 6000 meter hoogte) en haarspeldbochten later komen we in mooi weer aan in Litang. Dit stadje ligt op 4015 meter hoogte en is daarmee 1 van de hoogstgelegen steden van de wereld.
Litang heeft twee, laten we zeggen attracties. 1 ervan is een tempel waar de monniken leven en deze bezoeken we meteen nadat we aankomen. We treffen een monnik die druk gebaren maakt (eerst denken we dat ie geld wilt, dan dat we naar beneden lopen om water te halen) en nogal van camera's houdt. Na een hele fotoshoot in en rond de tempel (hij rent echt van links en rechts, zwaaiend met de camera) nodigt hij Flip uit om te bidden in zijn slaapkamer. Aangezien het al donker wordt, ziet hij hiervan af. De 2e attractie is in westerse ogen nogal een macabere en heet sky burial. Omdat het zaterdag was hebben wij alleen de plek en niet het ritueel gezien, maar het gaat als volgt. Volgens de tibetanen heeft het lichaam na de dood geen nut meer, en wat is er beter dan het terug te geven aan de natuur (in dit geval gieren omdat die in hun cultuur als heilige dieren gezien worden) Een monnik en ongeveer 10 mensen (geen familie) vervoeren een overleden persoon naar een heuveltop net buiten de stad. Daar wordt het lijk aan een paal vastgemaakt en door de monnik met een mes bewerkt. De 10 andere personen dienen de enorme aasgieren op afstand te houden totdat de monnik klaar is met het bereiden van hun lunch. Als de monnik opzij stapt zijn er na 10 minuten alleen nog botten over die vervolgens met een hamer tot pulp geslagen worden en vermengd met een goedje zodat de gieren ook dit een aangenaam hapje vinden. Na een half uur is er niks meer over en is het ritueel beeindigd. Wijzelf weten nog steeds niet goed of we nu blij moeten zijn dit niet gezien te hebben of niet.
Dezelfde middag (16/10/2010) gaan we nog met de bus 5 uur verder, weer door een aantal mooie landschappen. 'S Avonds aankomen en volgende ochtend weer 8 uur bus naar Shangri-la. Dit betekent zoiets als aards paradijs en we verwachten er dan ook veel van. Uiteindelijk wordt het weer alleen maar regen en dit keer ook een slecht hostel, waardoor we de volgende dag het zitvlees maar weer testen door 4 uur naar Lijang door te reizen. Als we ook weer in de regen aankomen hebben we het helemaal gehad en bekijken we de weersverwachting die ook weinig goeds oplevert. Hier staan we even echt op het punt om china dan maar achter ons te laten en door te gaan naar Laos of Vietnam, maar ook daar is het weer niet best dus blijven we maar....En gelukkig maar!!! De volgende dag fietsen we in redelijk weer naar wat ‘minority' dorpjes en eten we 's avonds samen met het personeel van het erg leuke hostel.
Dan is het de beurt aan 2 dagen lopen door de ‘tiger leaping gorge'. Dit is een rivier die door de steile bergen loopt en waar je bij helder weer na elke bocht weer een spectaculair uitzicht hebt. En dat hebben we!!! Het is 2 dagen volle bak zon, wat ons met onze regenjassen en zonder zonnebrand wel erg (positief) verrast. De 2e dag speelt Ine haar knie weer op waardoor ze de afdaling naar het water niet kan maken. Flip doet dit wel en neemt een verkeerde weg omhoog. Hierdoor moet hij drie ladders beklimmen die 90 graden tegen de rotswanden omhoog staan. De langste is 82 treden en dik 30 meter en wordt onderaan als ‘courage ladder' aangeduid. Via deze link een foto van de ladder http://www.flickr.com/photos/li_fan/3638120551/in/photostream/
(Flip was te geconcentreerd om een foto te maken)
De busreis terug naar het hostel wordt onderbroken door een door de regeval totaal weggespoelde weg. Nadat we overstappen op een ander busje zijn we binnen een paar uur terug in Lijang.
Terug in Lijang gaan we nog een avondje op stap en leren we dat je ‘thumbs up' moet dansen. De een na de andere chinees pakt je handen vast en samen zwaaien we zo de avond door..
De volgende dag doen we het rustig aan en pakken de nachtbus naar Kunming. Het is een ‘sleeperbus' en bij het boeken vragen ze of we het erg vinden dat het de plekken achterin zijn. Wij wisten geen reden waarom dat anders zou zijn, maar nu wel. De bus is 2 meter (zoals elke bus ongeveer) en er zijn 3 rijen met bedden en daartussen dus 2 gangpaden. Bij achterste plekken houdt het gangpad op, dus waarom geen 5 bedden maken. Het resultaat is dus dat je op 2 meter breedte met 5 personen slaapt. (nou ja, slapen...)
In Kunming gaan we een dag fietsen. We willen een busticket richting Laos boeken en horen dat bus 154 naar het zuidelijk busstation gaat. Wij wachten hem op en fietsen er als gekken achteraan. Na 1 uur fietsen (en op enkele andere nr 154's wachten) geven we het op en later horen we dat de bus er 1,5 uur over doet om bij dat afgelegen busstation te komen. Ook komen we nog in een stortbui terecht waarbij eerst Flip en enkele seconden later (hoe synpathiek) ook Ine onderuit gaat. Buiten wat schaaftwonden is er niks aan de hand en verdwalen we vrolijk verder om tegen de avond gebroken (figuurlijk) weer in het hostel aan te komen om ons daar te bezatten met een aantal andere mensen uit ons kikkerlandje.
En dan is Ine jarig en gaan we naar een Limestone Forrest 120km buiten de stad. Eerst een uur met de bus naar het busstation waarvan de bus naar dit bos vertrekt (wat is dat toch met die stad en busstations). Het is tegen de verwachting in weer eens droog. We lopen een aantal uren door steile rotsformaties en gaan vervolgens weer terug. Doordat we 1,5 uur moeten wachten op een bus en daarna weer eerder genoemd ritueel moeten volgen zijn we te laat terug om Ine haar verjaardag nog goed te vieren (iedereen ontzettend bedankt voor jullie felicitaties!).
De laatste bezienswaardigheid in China voor ons zijn de rijstterrassen van Yunnan. De bus doet er 7 uur over en tot onze schrik komt Bernd (de kijkersvraag; waar kennen we die van) ook onze bus in. De rijstterrassen vallen erg tegen door de regen en dichte mist. We proberen het nog wel door op enorme *%&*-fietsen rond te crossen maar de uitzichten zoals op de foto's krijgen we niet.
Zie link voor hoe het e rook uit kan zien.
http://www.cnadventure.com/ChinaCultureTours/Yunan-yuanyang-Hani-rice-terrace-tour.htm
We vervolgen onze weg per bus naar Jinghong, een stadje ter grootte van Breda in het zuiden van China.Dit is een zware slingerende rit door de bergen over deels geasfalteerde en niet geasfalteerde wegen. Eerst gaan we met de bus naar Jiancheng (overstappen in Luchun) en deze rit zou 9 uur moeten duren. De 1e bus gaat prima, maar ja na zoveel busitten moet het ook een keer misgaan. De 2e chauffeur is een kereltje van begin 20 die blijkbaar niet praten, roken, bellen, rochelen, aan zijn kont krabben en sturen tegelijk kan. We zitten voorin en Flip ziet het stuur in een bocht uit zijn handen schieten. We rijden gelukkig niet hard en glijden zacht van de weg af tegen een bamboeboom. Door dit slippertje beweegt het linkervoorwiel niet meer mee met het stuur. Een passagier weet daar wel raad mee en met een koevoet en steeksleutel wordt het ‘gerepareerd' en zijn we binnen een half uur weer onderweg. 20km verderop stoppen we bij een ‘garage' voor een uur. Uiteindelijk is het dezelfde passagier die weer aan het sleutelen is maar uiteindelijk komen we dan toch heelhuids aan.
En zo rij je in de bergen door de kou en mist, nog geen uur later kom je in Jinghong aan. Palmbomen, kokosnoten en mango's, zon en 30 graden en een bus die op tijd aankomt. Gisteren en vandaag hebben we dan ook vooral besteed aan bijkomen, mojito's drinken, lekker zonnen in het park ,een massage en Ine's verjaardag in stijl vieren in dit tropisch stukje China.
Morgen (1/11/2010) gaat de bus naar Laos en nemen we afscheid van China (Maar we komen nog terug: op 28 januari vliegen we vanuit Bangkok via Beijing en New York naar Bogota!).
Voor alle foto's van onze reis tot nu(zin en onzin) zie http://www.flickr.com/photos/55054374@N07/
Sichuan Province
We zijn dan al wel aangekomen in Chengdu, één ervaring in Xi'an moet toch nog wel even verteld worden. Op de 3e mistige en regenachtige dag op rij besluiten we dat het tijd is om een zwembad op te zoeken. We nemen google bij de hand, tikken 'swimmingpool xian' in en hebben 1 in het chinees geschreven hit. Na een uurtje lopen en enkele malen vragen komen we aan bij het zwembad, gelegen in een woonwijk. Een ticket wordt gekocht en blijkbaar willen ze dat we ook badmutsen dragen. Wij zetten ons ik-begrijp-er-niks-van gezicht op en na een minuutje mogen we de kleedkamers in. De rotte eierenlucht komt je tegemoet en bij Ine in het vrouwengedeelte staan 5 locals hun wekelijkse wasbeurt te houden. De uitnodiging om ook mee te doen wordt vriendelijk doch resoluut afgewezen. Het zwembad is een 25-meterbad, het water mooi groen van kleur en het ondiepe gedeelte gescheiden met een koordje van het diepere stuk. Wij trekken ons 1ste baantje (over het koordje) en worden door de badmeester aangesproken. Weer naar het hoofd wijzen, nee we hebben geen badmuts en willen er ook geen! Na een tijdje wordt duidelijk dat je zonder badmuts enkel in het ondiepe gedeelte mag, want zonder zo'n stukje textiel op je hoofd blijf je natuurlijk niet drijven in het diepe....Als er dan ook nog iemand telkens bij het keren een rochel het bad in slingert is dat voor ons de druppel en druipen wij zelf af richting hostel.
In Chengdu nestelen we ons op 3 oktober 2010 in het mixhostel en via hun boeken we onze 1e tour in China, naar het Giant Panda Breedingcenter. We zijn er lekker vroeg en de panda's zijn erg actief, wat veel leuke plaatjes en filmpjes oplevert. Ook zien we 5 babypanda's die nog geen 2 maanden oud zijn. De term reuzepanda is overigens wel wat overdreven, de zwaarste is 142kg en een pasgeborene weegt nog geen 200 gram..
Een dag doen we een uitstapje naar Pingle, een ‘ancient town' 90km van Chengdu. Doordat het nog steeds national holiday is zijn we niet de enige (maar wel enige niet chinezen) en zijn de straten behoorlijk druk. We nemen onze toevlucht in een 'floating boathouse' ; een bambooboot van zo'n 7 meter lang die je een uur kan huren, inclusief stuurman voor 5 euro. Als de zon dan ook nog eens doorbreekt en we halverwege aanmeren bij een BBQboot voelen we ons als god in China happend in een geroosterd visje op stok (uiteraard erg spicy).
De Chinese keuken gebruikt erg veel verschillende kruiden en wij zijn nieuwsgierig geworden hoe dit nu allemaal bereid wordt. Daarom volgen we een middag een kookcursus. Er zijn nog 2 andere cursisten, genaamd Philip en Ine. Gemakkelijk te onthouden dus...Het koken bevalt goed, de biertjes daarna evenzo en er wordt besloten het nachtleven van Chengdu een in te duiken. Een engels meisje dat chinees studeert gaat mee en weet een goede toko.
We gaan naar Muse, een trendy club voor de wat welgesteldere chinees. Maddy vertelt dat we onze portemonnee wel thuis kunnen laten want de mensen daar nodigen je uit om aan hun tafeltje te drinken. En ja....dat doen ze!!! Elke tafel heeft een fles sterke drank (vaak whisky) en kannen softdrink (vaak icetea) die dan worden gemixt en in cognacglazen soldaat worden gemaakt. Na 5 minuten hebben we al zeker 8 glaasjes achter de kiezen. Flip wordt aangesproken door een zakenman en gaat mee naar zijn tafeltje. Het gesprek verloopt ongeveer zo: 'welkom in Chengdu' 'proost', 'hoe heet je' 'proost', 'hoe vind je het hier' 'proost', 'ik versta er niks van' 'maakt niet uit, proost' enz enz... We drinken en dansen wat af en rond 3 uur pakken we de taxi naar huis.
Met pap in de benen reizen we de volgende dag, 7 oktober 2010, naar Bagao vanwaar we een dag later aan een 3-daagse tocht naar Emei Shan beginnen. Emei Shan is een berg met op de top (3100 meter) een aantal tempels. Ook op de weg naar de top zijn zo'n 10 tempels. Vanuit Bagao (500 meter) is het zo'n 41km naar de top en de gehele weg zijn traptredes. Als alternatief kan je de bus pakken en een stuk hoger aan de klim beginnen maar wij starten vanuit het dorp. Om 6.30 uur vertrekken we gewapend met bamboe-wandelstok in het donker. Flip heeft de backpack met zo'n 12 kilo aan schone kleren en proviand die ons door de komende 3 dagen moet slepen. De 1e dag lopen we 33km en stijgen we uiteindelijk (na veel stijgen en weer dalen) tot 2100 meter. Onderweg komen we veel apen tegen, 1 ervan weet bij Ine een fles water te ontfrutselen. We overnachten in een monastry. De volgende ochtend vertrekken we om 8.30 om in 9km nog eens 1km te stijgen. Het regent de hele weg en om 12.15 bereiken we de top en kunnen we door de mist nog geen 20 meter ver zien. We dalen af voor de weg terug waarbij Ine een blessure aan de knie oploopt. We stoppen weer in hetzelfde monastry als de nacht ervoor. Ook de 3e dag gaat het niet goed met de knie en we moeten nog 15km afdalen om een busstation te bereiken. Door een goed staaltje teamwork zijn we toch nog vlotjes beneden en kunnen we met een lekker biertje uitrusten en bijkomen van de zware inspanningen.
In Leshan hebben we inmiddels ons visum verlengd wat binnen 24 uur geregeld was. Die dag hebben we the great buddha bezocht. Deze buddha van steen is uitgehouwen uit een rots aan de rand van de rivier. Hij is 71meter hoog en 28m breed. Je kan de buddha met de bus bezoeken, toeristenboot...of je neemt voor 1 yen de ferryboot naar een eilandje aan de overkant, loopt over een stenen landtong en staat 300 meter aan de overkant in alle rust face-to-face met de buddha. Na 45 minuten dromen hebben we het gezien en willen we teruglopen. Door het blijkbaar stijgende water is de helft van onze terugweg al onder water en stappen we uiteindelijk met natte voeten weer de ferry in.
We vinden allebei China helemaal geweldig en het reizen, eten en drinken bevalt super goed. We genieten echt van alles wat we zien en meemaken, van alle verschillen met thuis en van de vrijheid elk moment te kunnen beslissen wat we gaan doen.
De komende 2 weken gaan we het echte avontuur in richting de grens met Tibet. Ze noemen het de Sichuan-Tibetan highway, beroemd om zijn prachtige uitzichten (hoogste berg 7500m) en berucht om de primitieve omstandigheden. We houden jullie op de hoogte!!!
Ni Hao
Het is inmiddels al weer 3 weken geleden dat we op 17 september China binnengekomen zijn en er zijn toch wel aardig wat verschillen te noemen met ons eigen landje. Er lijkt hier een permanente mist te hangen (2 zonnige dagen gehad) maar het kan ook goed de vervuiling zijn van de talloze fabrieken die als een dolle nieuwe wolkjes de lucht in blazen. Ook aan bouwkranen nergens gebrek om toch maar erg veel wolkenkrabbers de grond uit te stampen (waarvan er vervolgens erg veel leeg staan). De kwaliteit van de lucht mag dan niet al te zuiver zijn, de wegen zijn erg schoon en overal zie je wel een chinees in overall met een rieten bezem in de weer. Zelfs op de snelweg manouvreren ze zich vegend tussen het verkeer.
We proberen in China alles met lokaal transport te doen en toeristen zoveel mogelijk te vermijden wat ons erg leuke momenten oplevert. Het valt op dat de Chinezen wat andere normen en waarden hebben: onderweg in de metro of verkeer is het voordringen geblazen, geen rekening met anderen houden en vooral veel rochelen op straat. In de metro,bus of trein heeft zeker 70% permanent (of ze nu wakker zijn of slapen) een mobieltje vastgeklemd in de hand. Hebben ze wat meer de tijd, dan zijn ze supervriendelijk en altijd bereid te helpen. Ni Hao (hello, zie titel) wordt dan ook veel gebruikt en vervolgens proberen ze in hun beste engels een praatje te maken. Zoals we al verwacht hebben komen we overal bordjes tegen met hilarisch ‘chinglische' teksten (bv No smoking in fireproofzone)
Beijing
De eerste week in China blijven we in en rond Beijing. Na aankomst zaterdagmiddag is het enige doel om een laptop te scoren. Electronica is altijd ‘made in China' dus dat zou een makkie moeten zijn. Na 2 uur lopen en verschillende shoppingmalls bezocht te hebben geven we het zonder ook maar 1 laptop gezien te hebben, op. In de avond gaan we met James en Martin in een van de vele Hutongs (smalle straatjes) een hapje eten, de volgende dag zitten we met zijn 4-en (afwisselend) op de wc.
Na flink wat rollen wc-papier verslonden te hebben zijn we klaar voor Beijing. De laptop is gevonden en de nodige highlights worden bezocht. De Forbidden City en Summerpalace vallen wat tegen, Temple of heaven park is erg leuk met mensen die tai-chi beoefenen, hooghouden met een soort badmintonshuttle of een soort beachball spelen. Wij kopen de nodige attributen en doen ook een poging. Ook de drumtower met drumvoorstelling valt erg in de smaak, maar niks haalt het bij 'Beijing Underground City'. Wij proberen de ingang van deze stad onder Beijing te voet te bereiken maar kunnen het niet vinden. Een man op een riksja biedt aan ons te brengen en we spreken een prijs van 8 yen af. 200 meter verder zijn we er en hij zet ons 20 meter voorbij de ingang af. Flip geeft hem 10 yen en meneer lacht en zegt dat ie geen wisselgeld heeft. Flauw, maar ok. We lopen 20 meter naar de ingang waar 4 mensen aan het kaarten zijn en naar een briefje wijzen waarop staat:'wegens renovatie gesloten'. Bedankt meneer op de riksja!!!
Zeg je China dan zeg je The Great Wall, dus een bezoekje hieraan mogen we niet missen. Er zijn verschillende delen van de muur die je kan bezoeken en wij kiezen voor Huanghua, 80km buiten Beijing. Hier komen geen toeristen en is geen officiële plek om de muur te beklimmen. Na 1 uur in de bus stappen we over op een taxi die ons een uur later afzet. Het lijkt hier toch vrij toeristisch maar we besluiten toch maar door te lopen. Er is een meertje en we lopen om het meer heen om te kijken waar we de muur op kunnen. Nergens dus!!! Wij snappen er niks van en nemen de lokale bus terug naar het overstappunt. Onderweg komen we wat backpackers tegen en het blijkt dat we 2km te ver zijn afgezet door de taxichauffeur, midden in een toeristenrresort. Lang leve de taalbarrière. Dag 2 naar de muur pakken we het anders aan. We staan om 7 uur naast ons bed en om 9 uur op de muur. Het is wel wat mistig maar het uitzicht is de moeite waard. We lopen voorbij een bord waarop staat dat je niet verder mag en komen dan op een niet gerenoveerd stuk muur, afgebrokkeld, half ingestort en begroeid met bomen. De muur zoals hij echt gemaakt is.
Na een geweldige tocht van 5 uur lopen over de muur pakken we de bus terug naar Beijing, nemen afscheid van James en Martin en stappen in de nachttrein naar Pingyao. Tegenover ons zit een moeder met kind. Het manneke moet erg plassen en zij laat hem dat in een leeg waterflesje doen, die ze vervolgens op ons tafeltje zet. Je zal in je slaap maar het verkeerde flesje pakken...
Pingyao
25 september 2010. Pingyao heeft een oude binnenstad die erg mooi is. Overal hangen rode lampionnen aan tempelachtige huisjes. Helaas is dit niet voor iedereen onopgemerkt gebleven en deze plek is vooral in trek bij 50+ toeristen die weer netjes achter een vlaggetje aanlopen. Wij doen het anders, huren een fiets (met mandje jaja) en rijden de stad uit op zoek naar een tempel 7km verderop. Die blijkt lastig te vinden en na 10x de weg vragen rijden we over zandpaadjes door kleine dorpjes uiteindelijk op de tempel af. Voor de mensen die we tegenkomen zijn wij echter de attractie en aan aandacht geen gebrek. Een dag later bezoeken we een ondergronds kasteel, met kilometers lange gangen tot 50 meter diep onder de grond. In het gangenstelsel zijn allerlei vallen gemaakt om de vijand te overmeesteren. Op de vraag hoe vaak er gevochten was in en rond het kasteel is het antwoord na een korte stilte: uhh, eigenlijk geen enkele keer.
Voor het vervolg van de reis pakken we de nachttrein naar Xian, dit keer een hardsleeper.(2 rijen van 3 bedden boven elkaar in een niet afgesloten coupe)
Xi'an
Xi'an is een stad met 4 miljoen inwoners. Vroeger was deze stad de laatste stop van de zijderoute, nu is het eigenlijk alleen bekend om het Terracotta leger. Noodgedwongen blijven we hier 4 nachten doordat het DE vakantieweek van de chinezen is en het lastig is tickets te bemachtigen voor welke vorm van transport dan ook.
The Terracotta Army is een archeologische vondst (ontdekt in 1974) van zo'n 8000 levensgrote poppetjes van klei, allemaal klaar om de strijd aan te gaan. Dit legertje is nog voor het jaar 0 gemaakt in opdracht van Emperor Qin Shi Huang en in de loop der jaren door mens en natuur ernstig beschadigd. Geen enkel manneke is dan ook meer orgineel, archeologen zitten al meer dan 35 jaar alle stukjes aan elkaar te lijmen. Na een paar uur hebben we het gezien en gaan we weer terug naar de drukke stad.
De komende dagen fietsen we een dagje door het drukke verkeer, rochelt vooral Flip vrolijk met de Chinezen mee (een permanente verkoudheid waarvoor zelfs chinese medicijnen geen oplossing lijken te bieden) en eten we elke dag wel wat in het Moslimkwartier. Dit is een wijk vol met eetstalletjes; kebab,dumplings (soort bapaobroodje), vanalles op een stokje (tot slangen, kakkerlakken en schorpioenen aan toe), noodles en nog veel meer. Wij proberen de meeste dingen en het bevalt goed.
Zaterdag 2 oktober pakken we om 4 uur smiddags de trein naar Chengdu. De trein doet er 18 uur over en we hebben een hard seat (een 4-zits zoals bij NS alleen dan een heel stuk krapper). We kaarten wat met onze chinese reisgenoten en doen verwoede en tevens vergeefse pogingen een beetje te slapen.
Inmiddels zijn wij in Emei Shan en komen we bij van een drie daagse trekking op de mountain Emei. Meer hierover en over onze avonturen in Chengdukomt binnen enkele dagen!!!
De uitgestrekte vlaktes van Mongolie
In Mongolie zijn verschillende bureautjes die trips regelen naar alle windrichtingen van het land. Wij kiezen Ger-to-Ger, een reisbureau dat 85% van de betaalde som teruggeeft aan de nomaden (in welke vorm is niet duidelijk). Ons hostel, die ook tours organiseert, kan dit niet waarderen en besluit ons nog meer tegen te werken. We kunnen onze backpacks niet laten staan, we kunnen niet voor terugkomst een kamer boeken en het geld van de kamer voor denkomende nacht die al betaald was, krijgen we niet terug.
We hebben gekozen voor een 3 daagse trip naar het westen om vervolgens nog 5 dagen verder west te gaan (700 km van Ulaanbatar) naar het White lake. James en Martin zijn ook van de partij. We vertrekken in de ochtend om 8 uur per jeep, wat uiteindelijk half 10 wordt omdat we nog niets geregeld hebben voor het achterlaten van de meeste spullen. De jeep brengt ons naar een nomadenfamilie ergens midden op het grasland. Er is 1 hoofdweg van asfalt in Mongolie, de rest van de wegen zijn meer sporen door het landschap heen. We hebben onze eigen Ger, met bedjes die de 1,5 meter niet passeren. Na een welkomsritueel en onze verwoedde pogingen er wat Mongools uit te gooien zijn we klaar om een kamelentochtje te maken. Maar niet voordat Bernd ten tonele verschijnt. Een duitser van midden 30, in the middle of nowhere op lakschoentjes en een hagelwitte blouse strak in zijn broek die wanhopig probeert de overal aanwezige poep van de ossen, paarden, kamelen en schapen te ontwijken. Ook hij heeft een trip geboekt maar gaat niet met ons op de kamelen mee. Wel haast hij zich om 4 volwassen mensen tijdens het insmeren met zonnebrand er even op te wijzen dat we vooral de oren niet moeten vergeten ('don't forget the ears' en ook 'safety first' worden dan ook vaak gebruikte zinnen de komende dagen).
De 3 dagen van de eerste trip krijgen we veel, maar erg vet eten. Om de winter door te komen eten de mongolen veel vet en wij worden daarop ook getrakteerd. De 2e dag gaan we paardrijden naar zandduinen met daarnaast een groot meer. Op de terugweg helpen we de locals door de kudde wilde paarden bijeen te houden en galopperen we links en rechts door de kudde.
Om de afstand naar de start van de volgende trip te overbruggen kiezen we voor de public bus. Een hele ervaring, aangezien de weg officieel niet bestaat. Halverwege krijgen we pech, iedereen moet de bus uit. Een luikje gaat open en er wordt een lasapparaat tevoorschijn gehaald. De mannen halen het rechtervoorwiel eraf, leven zich uit met tin en metaal en een uurtje later hobbelen we weer vrolijk verder. In de bus krijgen we van een local koekjes en wodka aangeboden. Als je de wodka niet wilt, moet je de fles geopend tegen je voorhoofd houden zodat er een beetje uitkomt. Flip besluit dit maar te doen met als gevolg dat er een straaltje wodka toch richting mond stroomt. Uiteindelijk komen we aan in een klein stadje waar we overnachten in een enorm goed hostel. Vervolgens gaan we met een jeep weer 200 kilometer verder naar het westen waar we door prachtige landschappen rijden met kuddes schapen geiten, koeien en wilde paarden. Bij de nieuwe gers aangekomen besluiten we niet de dagplanning te volgen maar de hoogste berg in de buurt te beklimmen, waarna we prachtige uitzichten hebben. We slapen in tenten die we van het hostel in Tsetserleg gehuurd hebben, echter de 2 persoonstent is een 1,5 persoonstent en de buitentent lijkt op 80 graden gewassen te zijn...
De komende dagen reizen we per paard en ossenwagen. Onze laatste stop is een ger in verlaten gebied met daarbij een klein meertje. Wij besluiten daar de zonsondergang te bewonderen en zijn niet de enige. Honderden yaks lopen ons links en rechts voorbij aan de oever van het meer om een lekker avondbadje te nemen.
Op de terugweg weer een overnachting in Tsetserleg gedaan, waar Flip zijn mohawkkapsel wilde millimeteren. De kapster had daar echter een andere mening over en na enkele pogingen om uit te leggen dat het hele hoofdje kort moest hebben we de moed maar op gegeven.
Na de 10 uur durende terugreis naar de hoofdstad kwam het hoogtepunt van het reizen met James en Martin. Elk hebben ze de gewoonte om via zon en intuitie te bepalen welke kant we op moeten lopen en het hostel zou om de hoek zijn. Na 2 uur lopen en zo'n slordige 10km versleten te hebben kwamen we aan in het centrum om een hostel te zoeken. Inmiddels was het te laat om onze achtergelate bagage nog op te halen.
Een dag later wachtte ons helaas een erg onaangename verrassing. Tijdens onze trip in Mongolie bleek Ine een uitstapje richting Polen te hebben gemaakt om drie dagen lang elke dag 400 euro te pinnen. Een gevalletje van waarschijnlijk Roemeense arbeid een maand eerder. We hebben snel de pas laten blokkeren en dankzij Liesbeth en de Rabobank hebben we het geskimde bedrag na 2 weken weer terug gestort gekregen.
Voor de laatste dag in Mongolie, voordat we de trein naar Beijing nemen zitten we weer bij onze oude ‘vrienden' van het UB Guesthouse. Vanuit daar hebben we de volgende dag een transfer naar het treinstation.Dit alles is al voor de reis geregeld. Tot onze verbazing slapen we in hetzelfde gebouw (met hek op balkon) als 8 dagen geleden, terwijl ze toch echt gezegd hadden dat vanf 10 september zij dat appartement niet meer konden huren. (en wij daarom een paar dagen eerder er niet hadden kunnen slapen). Als we de volgende dag de trein ingaan blijkt dat ze ons ook nog allebei in een andere coupe geboekt te hebben!!! Gelukkig zitten er maar 2 andere mensen bij Ine in de coupe, waardoor Flip daarnaartoe verhuisd.
Nu we Mongolie achter ons laten denken de darmen dat het tijd is om eens schoon schip te maken, waarbij vooral Ine een halve apotheek aan Norit en Immonium als ontbijt, lunch en avondeten naarbinnen werkt.
Hoe het ons vergaat in China lezen jullie binnenkort. Als je zelf nog nieuwtjes hebt of achtergrondinfo wilt...mail het ons

Groeten!!!!!!
De Wodka express
Op 27 augustus hebben we dan onze 1e trein gepakt, van Kiev naar Moskou. In deze trein deelden we een 4persoons slaapcoupe met 2 russische dames. Aangezien ze hun lichaamsgewicht niet naar het bovenste bed konden hijsen hebben wij allebei maar de bovenste bedden genomen. Bij aankomst in Moskou werden we naar een homestay gebracht waar de vrouwe des huizes, Olga, ons welkom heette. Haar woonkamer was onze slaapkamer voor de komende 3 dagen.
Moskou was, in tegenstelling tot 37 graden een week eerder, koud en regenachtig met zo'n 14 graden. Prima om een middagje de metro te pakken en op elk fraai gedecoreerd station uit te stappen. Naast de gebruikelijke bezoeken aan het Kremlin, Red Square, Lenin mausoleum (hij ligt er maar bleekjes bij) en basilieken was een uitstapje naar het Wodkamuseum erg verfrissend. Zo'n 100 jaar geleden werd wodka in rusland enkel per fles van 12 liter verkocht. Hierdoor was dan ook meer dan 10% van de bevolking permanent dronken.
Op 31 augustus was het dan zover: de transmongolieexpress naar uiteindelijk Beijing!! De trein vertrekt om 21.30 en wij worden om 19.30 bij Olga opgehaald voor een ritje van 5km. De chauffeur spreekt geen engels en ziet er uit alsof hij sowieso niet zo heel veel begrijpt. Het is druk op de weg en hij probeert links en rechts wat afslagen, maar uiteindelijk komen we 3x achter elkaar op hetzelfde punt uit. Na meer dan 1 uur en 15 minuten in de taxi stappen we uit bij een metrostation om maar op die manier nog net de trein te halen.
We delen onze coupe met Aubrey en Maria. Een jongen en meisje uit Zweden die samen reizen en elkaar de afgelopen 5 jaar 10x gezien hebben.Een coupe is ongeveer 1,5 bij 2 meter en zal ons thuis zijn voor de komende 5 dagen.1 coupe verder zitten Martin en James, met wie we uiteindelijk zo'n 3 weken zullen optrekken. De trein bleek echt super te zijn en elke dag waren we met zo'n 20 man aan het feesten.
De dingen die ons bijgebleven zijn van de trein:
- l Flip gooit de sokken van de Provodnik in de vuilnisbak
- l Heel veel Wodka
- l Trainolympics à kruiwagentje rijden, stoelendans etc in de trein
- l Met 12 man in een coupe past net
- l Nog meer Wodka
- l De treinrestauratie is vrijwel altijd dicht wegens dronkenschap en vermoedelijk drugsgebruik van personeel
- l Heel veel noodles
- l Flip krijgt om half 5 snachts een knipbeurt met een minischaartje. Een kapsel met hanekam is het gevolg.
- l En nog meer Wodka
Als we 5 september in Ulaan Bator aankomen in Mongolie is het half 7 in de ochtend. We gaan naar het UB guesthouse en delen een dormroom met onze coupegenoten en James en Martin. Na een voortreffelijke Mongolian BBQ bij BD's gingen we vroeg terug om eens goed bij te slapen. Niet dus!! De eigenaar van het hostel komt om half 10 de dorm binnen en roept ' fence fence today 10 minutes'.Flip ligt al in zijn onderbroek op bed en iedereen is klaar om te slapen, maar meneer opent de balkondeur, kijkt eens rond en laat vervolgens 3 mongolen met boren en lasapparaat en een heel hekwerk naarbinnen. Buiten is het 4 graden en binnen wordt het al snel kouder. De 10 mongoolse minuten worden bijna 1,5 uur en tegen half 12 verlaten de eigenaar en zijn mannen zonder iets te zeggen onze dormroom, een mooi hekwerkje op het balkon achterlatend.
In Ulaan Batar hebben we vervolgens onze trip naar het binnenland van Mongolie geregeld. Het volgende verslag dus over de uitgestrekte vlaktes van Mongolie.